Zieke koe

Een gezonde en blije koe is attent, eet en drinkt en geeft de verwachte hoeveelheid melk. Lopen kan ze vlot en ook komt ze vlot in de melkstal of heeft ze voldoende weigeringen in de melkrobot. Koeien dus die niet opvallen en doen wat u als veehouder verwacht.

Helaas hebben sommige koeien ook weleens een dag een dip en dan is het zeker niet altijd zo dat je dit als ziek moet bestempelen. Toch is het verschil tussen ziek en gezond niet altijd even duidelijk en is juist dit verschil voor de boer bijzonder belangrijk: moet er actie worden ondernomen of kunnen we even een dag afwachten? In dit artikel enkele hulpmiddelen om te checken of de koe gezond dan wel ziek is.

Melkgift 

Bij het melken is al snel duidelijk of de normale melkgift heeft of minder. Als ze meer geeft dan is de boer extra blij en de koe gezond. Als de melkgift sterk is gedaald dan valt dit snel op en moet je zeker meer dingen nakijken zoals krachtvoer en ruwvoer opname (let op buikvulling en de mest). Wanneer de koe eigenlijk maar een klein beetje minder geeft dan is het opletten geblazen: zeker voor vaarzen en koeien die nog maar pas gekalfd hebben. De pas gekalfde dieren zijn de moeilijkste groep: kleine verschillen geven al aan dat het dier niet 100% ok is en juist in deze fase liggen problemen met de baarmoeder, lebmaag en uier direct op de loer. Dit kan versterkt worden doordat ze nog niet optimaal hersteld zijn van het kalven en de leverfunctie ernstig in het gedrang kan komen door leververvetting en een tekort aan energie en eiwit, maar ook duidelijke tekorten van vitaminen en mineralen, door onvoldoende voeropname en hoge melkgift.

Ook bij automatisch melken dus minimaal 2x daags controleren op interval melken en melkgift van de dag: attentie dieren in de stal gaan opzoeken of uitselecteren ter controle. Om de risicogroep van pas gekalfde dieren nog beter in de gaten te houden is een goed hulpmiddel de “startgroep” 2x daags te temperaturen volgens protocol. Dit wordt op grote melkveebedrijven al vaak gedaan en hierdoor raken er minder koeien “tussen wal en schip” als gevolg van baarmoeder- en uierontsteking door vroegtijdige herkenning en ingrijpen.

Temperatuur 

De normale temperatuur voor koeien is grof gezegd tussen de 38.0 en 39.0 graden Celsius. Koeien met een temperatuur van net 38 of bijna 39 zijn zeker verdacht en verdienen extra aandacht. Speciaal als dit vaarzen of koeien zijn die minder melk geven of afwijkende mest met een slechte buikvulling. Als voorbeeld een vaars 14 dagen na afkalven die niet stijgt in de melkgift en ook te weinig pensvulling heeft met een temperatuur van 38,2 is zeker sterk verdacht van lebmaagproblemen of lebmaagdraaiing. Heeft deze zelfde vaars een temperatuur van 38,9 en houdt ze de staart een beetje af dan is het zeker nodig om de geboorteweg en de baarmoeder te laten controleren: een vieze baarmoeder die nu niet goed behandeld wordt maakt de vaars verder ziek waardoor ze mogelijk over enkele dagen pijnlijke klauwen krijgt door klauwbevangenheid en pensverzuring met lebmaagdraaiing als resultaat. 

Ook net gekalfde (oudere) koeien met een lage temperatuur rond de 38 graden hebben meestal een beginnende vorm van kalfziekte. Ondertemperatuur (38,2 en lager) komt vooral voor bij: kalfziekte, lebmaagdraaiing, diarree door pensverzuring en shock bij ernstige mastitis door toxinen.

Koorts ontstaat door een ontsteking of door een virus infectie. Temperatuur van 39 tot 40 graden komen vooral voor bij een matige uieronsteking, een matige geboorteweg infectie en/of baarmoederontsteking, “scherp-in”, een beginnende longontsteking (in de zomer ook longworm infectie), gewrichtsontsteking (een dikke hak) of bij een wondinfectie na operatie van een keizersnede of lebmaag. Zeker ook bij vochtig warm weer en koeien in direct zonlicht of in een slechte benauwde stal krijgen “hitte-stress”en temperaturen tot 40 graden Celsius. Hier is dakisolatie en frisse lucht met veel zuurstof de oplossing van de temperatuur verhoging bij de koeien.

Virus infecties geven meestal enkele dagen een sterk verhoogde temperatuur van 40 graden en hoger. Voorbeelden zijn met name Pinkengriep, IBR of koeiengriep en Blauw Tong infecties. Bij een BVD uitbraak vindt je niet altijd een hoge temperatuur daar de koe de koortspiek al voorbij is als de verschijnselen duidelijker worden. In dit geval gewoon meer dieren temperaturen die niet 100% zijn en koppelgenoten. Een groot verschil met één ziek dier is dat een koppelinfectie gepaard gaat met meer zieke dieren en vaak duidelijk hogere temperaturen. Voorbeelden zijn oa Salmonella infecties, Winterdiarree en ook Mond en Klauwzeer. Hier heeft dus een goed oplettende veehouder soms een probleem: er is nog maar één dier ziek en het lijkt allemaal mee te vallen, doch de volgende dagen komt de ramp.

Conclusie 

Om de diagnose te stellen van een zieke koe is het nodig om de koe te temperaturen en bij ondertemperatuur of koorts is verder onderzoek nodig. Niet zomaar afwachten en niets doen want voorkomen van ellende gaat sneller dan genezen. Bij ondertemperatuur zijn kalfziekte of lebmaag en darmproblemen vaak de oorzaak (ook mastitis shock). Bij temperatuur verhoging goed opletten of één dier ziek is of meerdere koppelgenoten. Eén ziek dier is meestal een losstaand geval door een individuele aandoening zoals “scherp-in” of gewrichtsontsteking. Als de temperatuur echt hoog is (>40,0 graden) dan vooral zoeken of meer dieren koorts hebben want een virus infectie kan door de koppel gaan. Goede oplettendheid en overleg met u dierenarts voor een goede diagnose en behandeling.

drs. ing. Dick de Lange

Categorie: Inwendige ziektes

De met een * gemarkeerde velden zijn verplichte velden.

Bestel veilig en zeker bij de Veeapotheek:

Uw korting -5%
Uw korting -2%
Ener Bolus Rund
vanaf € 25,70 € 25,07