Verantwoord diergeneesmiddelen gebruik

Tracking en tracing diergeneesmiddelen

Voordat een diergeneesmiddel op de markt kan worden gebracht, moet het worden geregistreerd bij een registratiebureau. Registratie van diergeneesmiddelen is op basis van Europese regelgeving geharmoniseerd. Dat houdt in dat in alle lidstaten van de Europese Unie (EU) dezelfde regels gelden ten aanzien van de beoordeling van diergeneesmiddelen alvorens deze worden geregistreerd en op de markt mogen worden gebracht. 

Registratie

Naast de registratie regelt de wetgeving ook de distributie van diergeneesmiddelen. Er bestaat een zogenaamde kanalisatieregeling, die bepaalt of een diergeneesmiddel door de dierenarts moet worden afgeleverd of ook in het vrije verkoopkanaal mag worden verkocht. Voor producten die via de dierenarts moeten worden afgeleverd, geldt nog een bijzondere categorie die ook door de dierenarts moet worden toegediend (UDD). In Nederland geldt dat alle diergeneesmiddelen waarvoor een recept van de dierenarts is vereist, de dierenarts of een apotheker dient zorg te dragen voor de aflevering daarvan. Per 1 januari 2007 is het pakket diergeneesmiddelen waarvoor een recept is vereist, uitgebreid. Als gevolg van Europese regelgeving zijn per die datum alle diergeneesmiddelen voor voedselproducerende dieren receptplichtig. Deze vereiste wordt ook wel aangeduid als “URA”.

De FIDIN, de Vereniging van Fabrikanten en Importeurs van Diergeneesmiddelen In Nederland, is met haar leden de representatieve organisatie van de diergeneesmiddelenindustrie in Nederland. Binnen de FIDIN is een aantal afspraken gemaakt om de distributie van diergeneesmiddelen op een verantwoorde wijze te laten plaatsvinden. Het betreft regels rond het aanprijzen van diergeneesmiddelen, het omgaan met persoonsgegevens en het garanderen van een goede tracking & tracing.

Waarborgen

De geneesmiddelenbewaking is een gecombineerde inspanning van de farmaceutische industrie, de dierenartsen, dierhouders en de autoriteiten om de veiligheid en effectiviteit van diergeneesmiddelen, gebruikt onder praktijkomstandigheden, in beeld te brengen en te evalueren. Deze ervaringen kunnen worden betrokken bij de aanscherping van productinformatie en zonodig de registratiestatus van een betrokken diergeneesmiddel, ten einde de diergezondheid, het dierenwelzijn en de volksgezondheid te blijven waarborgen. Het Bureau Diergeneesmiddelen (BD) vervult hierbij de rol van centraal verzamel- en evaluatiepunt.

Artikel “Dierdagdosering melkvee lastige discussie”

Melkveehouders houden van de koeien en kalfjes op hun melkveebedrijf. Ze zijn vooral blij als ze gezond zijn en goed produceren: gezonde melk van gezonde koeien. Tenslotte komen er elk jaar meer 100.000 kg koeien in de statistieken (afgelopen jaar bijna 2000).

“Daarom is de discussie en aanpak wat betreft het antibiotica gebruik op de melkveebedrijven niet eenvoudig”

Daarom is de discussie en aanpak wat betreft het antibiotica gebruik op de melkveebedrijven niet eenvoudig. Omdat in de eerste plaats antibiotica een duidelijke kostenpost is op melkveebedrijven, daarnaast de koe of het kalf ziek is en met name de melk niet geleverd kan worden. Dit zijn zeer belangrijke redenen waarom de melkveehouder in overleg met zijn dierenarts het antibiotica gebruik zoveel mogelijk beperkt!. Uitgedrukt in Dier-Dag-Doseringen (DDD) is de laatste jaren op veel melkveebedrijven het gebruik van antibiotica sterk gedaald. Toch is het niet altijd eenvoudig om koeien en kalfjes gezond te houden, de levensduur van de koeien te verlengen om duurzaam melk te produceren en de DDD te verlagen. In dit artikel enkele handvatten om de risico’s op een hoge DDD te voorkomen.

Kalveropfok

Een vlotte en gemakkelijke geboorte van het kalf is de belangrijkste voorwaarde voor een goede start van een fokkalf met een lange levensduur. In de fokkerij is met een passende stierkeuze in combinatie met de moeder snel resultaat te halen. Van de stieren is steeds meer bekend wat betreft geboorte verloop (mogelijk combineren met triple-A score), levensvatbaarheid van stier nakomelingen en om inteelt binnen het ras zeer laag te houden. Voor pinken kan een keuze gemaakt worden om siryX sperma te gebruiken waardoor vaarzen gemiddeld 4 dagen eerder afkalven en het geboorte gewicht van vaars kalveren duidelijk lager is als van stierkalveren. Om de vaars of koe gemakkelijk en vlot te laten kalven moeten de omstandigheden voor het afkalven en tijdens het afkalven optimaal zijn: niet te vet, gemakkelijk kunnen bewegen in de wei of stro/zand stal en preventief perfect voorbereid om kalfziekte te voorkomen.

Als het kalf vlot geboren is dan binnen 1 uur 2-4 liter eerste biest van de moeder laten drinken en dit na 6 uur nogmaals herhalen. Kalfjes hebben veel biest nodig om warm en sterk te worden (vooral tegen de kou) en om antistoffen binnen te krijgen. De kalfjes apart opvangen in een warm en droog hok met veel schoon stro. Natte plekken om te liggen is funest en bij kalfjes buiten als het koud is kan een kalfdekje ook wonderen doen.

De hele opfok van kalveren is gericht op een snelle groei en een vlotte dracht met afkalven op 22-24 maanden leeftijd. Als de melkkoeien buiten weiden moet het jongvee minimaal een weideseizoen buiten lopen om gras te leren eten, weerstand opbouwen tegen maagdarmwormen en longwormen en vooral ook om een prima spier- en bot-ontwikkeling te realiseren: buiten lopen geeft sterke vaarzen die vlot bewegen en afkalven.

Droogstand en hoogdragende vaarzen

De beweiding of de huisvesting van de droogstaande dieren is met de voeding op 2 doelen gericht: de dieren mogen niet afvallen (anders na afkalven veel meer slepende melkziekte) en ze mogen een niet te groot uier maken (teveel zucht). Dieren die veel bewegen maken minder zucht en bij veel lekker grof ruwvoer blijft de pens vol en met een laag Ruw Eiwit (< 13%) in het rantsoen kalven de vaarzen en koeien vlot. Kalfziekte en teveel uier maken is meestal het gevolg van teveel eiwit rijk gras met weinig structuur. Daarbij is een verkeerde Calcium en Magnesium verhouding in combinatie met Kali de hoofdoorzaak van traag afkalvende dieren. Veel lekker grof hooi met snijmais en in de laatste 2 weken voor afkalven met 1-2 kg brokken per dag geeft bijna altijd een prima afkalvende vaars of koe. 

Opstart na afkalven

Pas gekalfde vaarzen en koeien moeten verwend worden omdat ze nog zwak zijn: eerst lauw water laten drinken (met mogelijk een afkalfdrank erdoor) en melken voor de biest en om de uier leeg te krijgen ivm uier ontsteking. Daarna veel lekker voer van de melkkoeien met 2 kg productie brok. Niet het kalf lang bij de koe houden want de meeste koeien en vaarzen worden dan heel bezorgd voor het kalf en vergeten zelf te eten en te drinken. De eerste dagen na afkalven de oudere koeien en de pas gekalfde vaarzen in strohok laten rusten om uitglijden op de roosters te voorkomen en bij optredende kalfziekte (enkele dagen na afkalven) is de kans op een vlot herstel van een koe in een strohok vele malen groter doordat bijna geen spierbeschadigingen optreden. Indien kalfziekte te vaak gaat optreden dan met voeradviseur en bedrijfsdierenarts alles checken in de droogstand en rond afkalven met de overschakeling naar lactatie. Kalfziekte geeft nog steeds op melkvee bedrijven acute uitval van prima melkkoeien (downer) en is een sterk verhoogd risico voor klinische uierontsteking, lebmaag verdraaiing en slepende melkziekte. Een goede opstart is de beste garantie om het risico op slepende melkziekte (=negatieve energie balans of ketose) zo laag mogelijk te houden bij de beste melkgeefsters binnen de koppel. Ketose of slepende melkziekte is de oorzaak van een verlaagde weerstand bij pasgekalfde dieren doordat de lever niet meer optimaal kan functioneren (leververvetting en te weinig aanmaak van afweer cellen). 

Samenvatting

De benodigde hoeveelheid antibiotica op melkveebedrijven kan beperkt worden als kalfjes vlot worden geboren en snel biest krijgen en het vervolg van de opfok gericht is op een snelle ontwikkeling. Hierdoor kunnen ze gemakkelijk afkalven tussen 22-24 maanden leeftijd en zich hebben aangepast aan het melkvee op het bedrijf. Alle kennis en mogelijkheden op een melkveebedrijf is 365 dagen per jaar nodig voor een actieve droogstand van de koeien waardoor ze vlot afkalven en opstarten zonder een diepe Negatieve Energie Balans. Slepende melkziekte of ketose komt dan zelden voor en dieren in de eerste 120 dagen van de lactatie hebben voldoende weerstand tegen mastitis of baarmoeder-/geboorteweg infecties. Ook de klauwgezondheid blijft daardoor voldoende om vlot op te staan en actief te lopen naar het voerhek, de waterbak en de melkplaats.

Artikel Melkveebedrijf drs. ing. Dick de Lange

Categorie: Algemeen/Management

De met een * gemarkeerde velden zijn verplichte velden.

Bestel veilig en zeker bij de Veeapotheek:

Bovikalc bolus
vanaf
€ 28,30
Uw korting -10%
Tectonik Pour-on
vanaf € 41,29 € 37,16