Ruwvoer koe

Ieder jaar is voor een melkveehouder weer spannend als het gaat om een goede kwaliteit voordroog en snijmais in de kuilen te krijgen. Daarbij is het ook een extra zorg om ruim voldoende ruwvoer in voorraad te hebben bij grote koppels melkkoeien en hoge voerprijzen. Planning en goede afspraken maken met loonwerkers en voerleveranciers wordt steeds meer een belangrijke management tool voor u als melkveehouder: in de eerste plaats voor gezond jongvee en melkkoeien en natuurlijk ook om de voerkosten beheersbaar te houden. Dit voorjaar is weer eens pijnlijk duidelijk geworden dat voordroog maken en snijmais laten groeien niet zomaar vanzelf gebeurt. Een sluitend ruwvoer-plan maken tot volgend jaar zomer is nu meer dan ooit helaas al noodzakelijk op veel melkveebedrijven (juni 2013)!

Voordroog lastig

De graswinning is dit koude en in het begin droge voorjaar wisselend opgestart: veehouders die zijn gaan maaien toen het nog droog was hebben een prima eerste snede gewonnen. Dit gras was in korte tijd gegroeid, bevat bijna geen structuur en is zeer energie rijk door een hoog suiker gehalte met mogelijk ook veel ruw eiwit. Dit gras is van super kwaliteit (= bijna krachtvoer) en kan niet als enig ruwvoer gevoerd worden omdat er dan veel pensverzuring bij de koeien gaat ontstaan met extra veel risico op een lebmaag verdraaiing en te dunne mest. Deze voordroog werkt wel perfect in een goed uitgebalanceerd rantsoen (zie verder). De hergroei van het gras na deze eerste lichte snede is vlot en extra goed door de overvloedige regen in de maand mei.

De veehouders die met gras maaien hebben gewacht tot er een voldoende maaisnede was gegroeid hebben heel veel pech gehad: de maaisnede werd veel te zwaar en het inkuilen is vaak heel moeilijk gegaan door de vele regendagen in combinatie met de zeer weinige droge perioden. Het was vaak gokken in mei om het gras in te kuilen en dit is helaas heel vaak echt mislukt. Meerdere kuilen zijn zeer nat bij elkaar gereden en met veel perssap verliezen is vaak ook nog extra gas gevormd onder het plastic. Dit kuilvoer valt echt niet mee om straks te moeten voeren en met de kuilmonster uitslag erbij is het nodig een inschatting te maken van smaak en kwaliteit.

Daarnaast zijn er veehouders die hebben gewacht met maaien en inkuilen tot juni toen het prachtig droog weer werd: hier is veel massa gewonnen die wel goed was in te kuilen, alleen dit gras was oud en mogelijk op het land deels beschimmeld en zal met de voederwaarde niet meevallen om goed van te kunnen melken (veel ruwe celstof en een laag ruw eiwit. Gelukkig zullen deze kuilen door het mooie droge weer wel smakelijk zijn voor de koeien. Een groot nadeel van dit veel te laat kunnen maaien is het zeer slechte herstel van de grasmat door de droogte en de koude nachten.

Snijmaïs matig

Niet om somber te zijn maar op dit moment staat de snijmais in bijna geheel Nederland erg matig: vaak is de snijmais vroeg en prima opgekomen maar heeft het gewas daarna het heel moeilijk gekregen door de koude regens en vaak ook nog de nachtvorst. Het gewas werd geel en veel planten zijn verdwenen. Op dit moment zie je dus vaak een onregelmatig gewas wat niet mooi groen is en veel te kort. Snijmais is een tropisch gewas dus met een warme periode kan er nog veel gebeuren als het dan ook maar voldoende water ter beschikking heeft om voor de bloei in de lengte te kunnen groeien. De groei periode tot de bloei is nu kort en daardoor zal een massaal gewas met veel kg opbrengst in de herfst niet snel gebeuren. De kwaliteit van de snijmais van de herfst kan juist wel prima zijn. Toch hou ik rekening met een matige opbrengst hoeveelheid van een goede tot normale kwaliteit snijmais.

Ruwvoer-plan 2013 en 2014 

Een ruwvoer-plan maken op een melkveebedrijf is om meerdere redenen nuttig en noodzakelijk: het werkt preventief  om voer gerelateerde ziekte problemen bij jongvee en melkkoeien te voorkomen, het zorgt voor een hogere melkgift per koe per dag met prettige melkvet en melkeiwit gehalten. De voederconversie blijft voldoende of stijgt namelijk en dit is het grote winstpunt voor de koe en de veehouder. Indirect stijgt hierdoor het resultaat van melkgeld opbrengst minus voerkosten voor het melkveebedrijf.

De ruwvoer voorraad op dit moment is op een melkveebedrijf te meten en te berekenen: maak een juiste schatting van kg droge stof voorraad snijmais tot 1 december 2013. Met deze voorraad maak je een keuze om dagelijks een vaste hoeveelheid snijmais te kunnen voeren. Als het weinig is dan kun je een keuze maken voor een oplossing: ruwvoer bijkopen, minder koeien melken, droogstaande dieren geen snijmais voeren maar ander ruwvoer (bijvoorbeeld stro met krachtvoer).

Bereken ook de voorraad kg droge stof voordroog op dit moment en daarbij een juiste inschatting van de kwaliteit en smaak van deze voordroog of hooi. Als de hoeveelheid goede voordroog te weinig is tot volgend jaar zomer dan moeten de alarmbellengaan rinkelen voor u als veehouder: hoe gaan we dit aanpakken en oplossen? Is extra ruwvoer aankopen mogelijk en verantwoord of kan ik extra voordroog winnen op mijn bedrijf door perfecte bemesting en beregening in het tweede deel van de zomer? Kan ik daarnaast met minder dieren toch voldoende melkqoutum vol melken door extra goede verzorging en dagelijks een passend uitgebalanceerd rantsoen te verstrekken?

Pak het samen op

Met correct berekende voorraad hoeveelheden ruwvoer voor 2013-2014, een juiste planning van  de aantallen jongvee en melkkoeien met bijbehorende melkgift en een voorzichtige inschatting van de nog te oogsten hoeveelheid ruwvoer is een passend ruwvoerplan te maken. Gezien de gewonnen kwaliteit voordroog en de stand van de snijmais op dit moment is het inschakelen van een gewasteelt-deskundige, een voeradviseur en dierenarts (beide met ervaring van koeien, voer en economie) om dit ruwvoerplan samen in te vullen voor veel melkveebedrijven geen overbodige luxe.
 


Schimmel en broei in het ruwvoer

Op veel melkveebedrijven komt het helaas regelmatig voor dat bij het uitkuilen van snijmais, voordroog en natte bijproducten broei en schimmel optreedt. Bij correct handelen en verwijderen is dit niet gelijk rampzalig, maar wel een grote verliespost. Koeien zijn wel zeer kieskeurig wat betreft smaak en geur van het voer en selecteren daarom eindeloos in het voer. Bij “losse” voedering laten ze de rommel gewoon liggen, maar bij gemengd voeren wordt alles vermalen en zijn ze verplicht het mengsel in zijn geheel te eten of juist te weigeren. Als de voerresten niet dagelijks worden opgeruimd is dit weer een kweekvijver van extra schimmel en broei voor het nieuwe voer. Gelukkig hebben de koeien een behoorlijke “buffer-capaciteit” in de pens-netmaag tegen afwijkend voer. Welke dieren het meeste risico lopen bij afwijkend ruwvoer en wat de gevolgen zijn voor de totale voer-opname, de voer-benutting en de voer-efficientie komt in dit artikel aan bod.

Kwetsbare dieren

Wanneer het ruwvoer of opgeslagen bijproduct (perspulp, bierbostel) met schimmel en broei aan het rundvee gevoerd wordt dan lopen de jonge kalfjes, de droge koeien met hoogdrachtige pinken en de pas afgekalfde dieren het meeste risico. De jonge kalfjes hebben nog geen goed ontwikkelde pens en de pensfunctie is nog niet op maximale capaciteit. Kalveren zijn bij een normale opfok en voeropname vanaf 6 maanden leeftijd een “volwassen herkauwer”. Hoogdrachtige dieren gaan minder voer opnemen tot afkalven en in de dagen rond het afkalven. Bij een dagelijkse daling van de voer opname gaat de koe minder herkauwen en daalt de speeksel productie. Ook worden de pens-microben en de pens-bacterien niet optimaal gevoerd. Door minder herkauwen, minder speeksel productie en tekort aan goede pens-bacterien en –microben kan het voormagen systeem ontregeld raken. Afwijkende zuren of stoffen worden via de penswand in de bloedbaan opgenomen, maar ook de penswand kan beschadigd raken (bijvoorbeeld bij pensverzuring). Door een beschadigde penswand komen ook allerlei afwijkende stoffen in de bloedbaan die elders weer problemen kunnen geven: lever abcessen of klauw bevangenheid.

Een bijkomend effect is dat afwijkend voer door gaat stromen naar de lebmaag en eventueel de darmen en daar gisting, rotting of dysbacteriose opleverd. Meestel ontstaat afwijkende mest en diarree.
De boven beschreven ziekte risico’s gaan ook een steeds grotere rol spelen wanneer hoog productieve koeien veel melk willen produceren (eerste 150 dagen lactatie) en dan toch al moeite hebben om voldoende voer op te nemen. Met meer krachtvoer en bijproducten en minder structuurmateriaal in het totale rantsoen daalt de stabiliteit en de buffer-capaciteit van de pens. Met afwijkend voer erbij gaat het extra gemakkelijk mis bij de pas gekalfde vaarzen en koeien.

Daling van de opname, benutting en efficiëntie van het voer

Door broei en schimmel in het voer is het ruwvoer te warm en minder smakelijk. De kalveren en koeien eten het minder graag en gaan steeds meer selecteren (grote gaten in het voermengsel). Ook de dagelijkse opname daalt of blijft achter: er kan minder gevoerd worden dan is ingerekend (weeg installatie) en er is meer dagelijks restvoer (ook wegen). De effecten van een verlaagde opname in de koppel is ernstiger bij een compleet gemengd rantsoen, bij voorraad voedering (1x per 2 of 3 dagen voeren) en bij te weinig vreetplaatsen.
Bij een compleet gemengd rantsoen wordt door het mixen al het lekkere en smakelijke voer vies door het schimmelige en broeiende voer. Met name wordt dit versterkt bij een nat mengsel of als het mengsel met water extra nat wordt gemaakt. Bij voorraad voedering is er de eerste dag genoeg om het goede voer uit te selecteren maar de 2-de en de 3-de dag wordt het snel warm en vies en eten de dieren het met steeds meer tegenzin. Van de rantsoen berekening klopt weinig meer door het uitselecteren en er ontstaat snel een structuur tekort in de pens (minder herkauwen en minder speeksel vorming). Vooral jonge kalfjes die weinig eten, melkkoeien die 1x in het weekend worden gevoerd of droogstaande dieren die bijvoorbeeld 3x per week voer krijgen hebben meer problemen met afwijkend voer. Dit wordt nog extra versterkt in de zomer en herfst als het ruwvoer aan de kuilen al een hoge temperatuur heeft (op snijvlak >25 graden Celsius). Bij een tekort aan vreetplaatsen gaat het mis voor de zwakke en kleinere dieren:  de sterke en agressieve pinken of koeien eten het lekkere voer snel op en voer de achterblijvers rest er de rommel. Ook hier is met name het grote gevaar voor de individuele koe: de sterke koe eet eenzijdig lekker voer met te weinig of teveel structuur en de zwakke koe eet te weinig van het schimmelige voer. Beide dieren krijgen niet binnen wat ze nodig hebben en krijgen ook allebei een afwijkende pensinhoud en afwijkende pensvertering. In beide gevallen een groot risico om ziek te worden met minder groei en melkproductie.

Preventie begint bij de teelt

Ruwvoer en in mindere mate natte bijproducten zijn voor kalveren en koeien onmisbaar. Als het fris en smakelijk gevoerd kan worden dan geeft dit zeer gezonde dieren met veel groei en een hoge melkproductie. Met name doordat ze dagelijks veel voer opnemen en de pensflora zorgt voor een optimale voorbereiding van de vertering en benutting: de microben draaien op volle toeren en in de pens is het milieu stabiel door veel herkauwen en veel speekselvorming. De ruime buffercapaciteit zorgt voor veel reserve in de pens en de koe kan zichzelf op tijd vlekkeloos corrigeren als het mis dreigt te gaan. Preventie van broei en schimmelig voer begint bij de teelt op het land, de winning, de opslag en het uitkuilen. Mocht er toch schimmel ontstaan dan is het verwijderen voor het voeren noodzaak! Alleen door alle diergroepen dagelijks te voeren en in de zomer en herfst 2x daags is een extra voerwinst te halen op een modern melkveebedrijf. 

drs. Dick de Lange, dierenarts melkvee
 

Categorie: Voeding

De met een * gemarkeerde velden zijn verplichte velden.

Bestel veilig en zeker bij de Veeapotheek:

Bovikalc bolus
vanaf
€ 28,30
Uw korting -10%
Uw korting -12%
Ferti Dry Bolus 20 stuks
€ 199,00 € 174,40