Snijmais koe

Veel melkveehouders voeren al jaren meer of minder snijmais in het rantsoen voor het jongvee en de melkkoeien. Met name in het oosten en zuiden van Nederland is dit zeer algemeen. Ook in andere melkvee gebieden van de wereld, waar de teelt van snijmais goed mogelijk is, bestaat al snel een behoorlijk aandeel van het melkvee rantsoen uit snijmais. Blijkbaar zijn veel melkveehouders tevreden over snijmais voedering en is het economisch aantrekkelijk om op grondgebonden melkveebedrijven snijmais te telen en te voeren. Toch zijn niet alle voeradviseurs of deskundigen in de melkveehouderij overtuigd van alleen maar voordelen van veel snijmais voor melkkoeien. De vraag is of snijmais goed en gezond voer is voor jongvee en melkkoeien en vooral hoe het product het best gevoerd kan worden?

Snijmais: teelt en voederwaarden

Snijmais telen is een werk voor specialisten met daarbij ondersteuning van informatie van de kwekers van de rassen. Elk maisras heeft zijn eigen specifieke eigenschappen en eisen voor wat betreft grondsoort, vocht voorziening in het groeiseizoen, stevigheid en lengte van de stengel, kolf aanzet en kolf omvang, gevoeligheid voor ziekten en oogst moment bij afrijping. Ieder gebied in Nederland is voor snijmaisteelt verschillend: hoe zuidelijker hoe vroeger met zaaien begonnen kan worden en daardoor een ruime keus in vroegrijpheid van de rassen. Daar tegenover hoe noordelijker in Nederland hoe korter het groeiseizoen om een correct afgerijpte snijmais te kunnen oogsten. Met name het juiste oogstmoment is sterk rasgebonden en daarvoor is het belangrijk dat goede informatie per snijmaisras van de kwekers en handelaren wordt besproken met de telers en melkveehouders. Elk gebied in Nederland is anders door zonneschijn en dagtemperatuur en met name grondgebonden eigenschappen (draagkracht en afwatering) bepalen de bodemtemperatuur in het voorjaar en de oogstmogelijkheden in de herfst. 

De voederwaarde van snijmais bestaat uit de stengel en de kolf. Dit geeft kort gezegd celwand materiaal en zetmeel voor de koeien. Verder bevat snijmais een zeer laag gehalte aan eiwit en ook een minimale hoeveelheid vitaminen en mineralen. Afhankelijk van het ras, de groei omstandigheden in het seizoen, de bemesting en het oogstmoment is de voederwaarde van de snijmais hoger of lager en verschuift de verhouding celwanden en zetmeel in het totale product. Als de snijmais langer kan afrijpen wordt het drogestof gehalte hoog, de celwanden worden moeilijker verteerbaar voor de koe en het zetmeelgehalte stijgt. Daarnaast is het zetmeel van goed afgerijpte snijmais meer bestendig. Dit wil zeggen dat dit zetmeel niet in de voormagen van de koe benut kan worden, maar in de darmwand opgenomen moet worden waar het naar glucose-energie wordt omgezet voor de koe. Om de voederwaarde van snijmais optimaal te benutten is het dus belangrijk om als veehouder te weten hoe groot het aandeel snijmais in het rantsoen voor jongvee en melkkoeien gaat worden en daarop het ras snijmais te kiezen: veel celwand snijmais of meer zetmeel snijmais?

Het gebruik van snijmais op melkveebedrijven

Het ruwvoer snijmais is zoals gezegd een leverancier van celwanden en zetmeel-energie. Verder heeft het een tekort aan eiwit en vitaminen/mineralen als enkelvoudig voedermiddel. Daarnaast is een duidelijk tekort aan vezelmateriaal voor herkauw activiteit bij de koeien en stabiliteit in de voormagen. Wel is snijmais een perfect voer om naast gras of voordroog bij te voeren omdat het de “zwaktes van gras” (veel onbestendig eiwit, geen zetmeel energie en overschot aan Kali) juist goed kan compenseren. 

Drie zaken zijn van groot belang bij het voeren van snijmais

  • De rijpheid van de snijmais bij het oogsten. Hoe rijper de snijmais en dus hoe hoger het droge stof gehalte van de kuil (> 35%) hoe bestendiger en langzaam verteerbaar wordt de snijmais. Dit is voor de melkkoeien erg gunstig. De kans op pensverzuring is klein, de snijmais blijft langer in de voormagen waardoor de voerefficiëntie stijgt en het zetmeel gehalte stijgt in het rantsoen met als gevolg minder koeien met een negatieve energie balans.
  • De haksellengte van de vezels en de kneus kwaliteit van de korrels. Te fijn hakselen (< 8 mm) en slecht kneuzen (korrels die géén 4x zijn geraakt) zorgen voor een zeer slechte benutting van de snijmais in de voormagen van de koe en dus een sterke onderwaardering van de voederwaarde. Verder is het perfect inkuilen (aanrijden en afdekken met een stevig gronddek) en glad uitkuilen belangrijk om schimmelvorming en broei te voorkomen (pensverstoring en daling opname).
  • Het correct aanvullen of uitbalanceren van het rantsoen met snijmais. De laatste jaren neemt de kwaliteit van de snijmais nog steeds toe. Dit uit zich in hoge drogestof gehalten in de kuilen van vaak meer dan 40% en ook hoge zetmeelgehalten per kg droge stof (> 375 gram/kg). Bij dit soort gehalten is dit ruwvoer eigenlijk krachtvoer geworden bestaande uit eenzijdig snijmaiszetmeel. Bij onvoldoende correctie met het goede voereiwit (langzaam en traag eiwit en voldoende in de pens oplosbaar) vitaminen en mineralen ontstaan allerlei tekorten in de koe en zal de melkgift dalen en de gezondheid van de koe afnemen (vaak worden deze dieren juist wel veel te zwaar en te vet). Bij een groter aandeel (hoogwaardige) snijmais in het rantsoen is ook duidelijk aanvulling met lang structuur materiaal nodig voor een stevige structuur laag in de voormagen. Bij onvoldoende structuur aanvulling daalt de pensstabiliteit (grote zuurgraad wisselingen) en verlaat een groot deel van het voer onverteerd de pens-netmaag (veel structuur delen en snijmais pitten in de mest). 

Conclusie

Samenvattend kunnen we zeggen dat goed gegroeide en correct afgerijpte snijmais een prima voedermiddel is in melkvee rantsoenen voor de levering van zetmeel energie. Aanvullingen met (duur en passend) voereiwit is al snel nodig om het rantsoen kloppen te maken voor elk lactatie stadium van de koe. Daarnaast is aanvulling met vitaminen en bepaalde mineralen zeker nodig naast een goede bijvoedering van lang en stevig structuurmateriaal. Voor een optimale benutting van de snijmais is dus al snel een voermengwagen nodig op de melkvee bedrijven. Jongvee en laagproductieve koeien kunnen de snijmais zetmeel zeer beperkt benutten en niet voldoende omzetten in melk. Voor deze diergroepen mag maar weinig snijmais in het rantsoen worden opgenomen. Bij droogstaande koeien is het voeren van een gedeelte snijmais zeker aan te bevelen voor de aanvulling van energie, een laag ruweiwit gehalte ter voorkoming van te grote zucht uiers rond afkalven en door een lage KAB (Kation-Anion Balans) met weinig Kali. Hierdoor is de kans op kalfziekte en energie tekort rond afkalven zeker klein. 

drs. ing. Dick de Lange
 

Categorie: Voeding

De met een * gemarkeerde velden zijn verplichte velden.

Bestel veilig en zeker bij de Veeapotheek:

Uw korting -10%
Drench Mate Rund
vanaf € 48,25 € 43,43
Drench Savetis Part
vanaf
€ 84,88
Bovikalc bolus
vanaf
€ 28,30